20160707 NVDB Position paper Energie Dialoog

7 juli 2016
 
NVDB Position paper Energie Dialoog
 
De Nederlandse Vereniging van Duurzame Biobrandstoffen (NVDB) is de brancheorganisatie voor producenten van duurzame biobrandstoffen. In dit position paper geeft de NVDB haar standpunten ten aanzien van het gebruik van duurzame biobrandstoffen binnen een klimaatneutrale energievoorziening. Hiermee levert de NVDB een constructieve bijdrage aan de Energie Dialoog en de beleidsagenda die hieruit zal voorvloeien.
 

1.De rol van duurzame biobrandstoffen in de huidige energievoorziening

 

Duurzame biobrandstoffen dragen in belangrijke mate bij aan emissiereductie in de transportsector

De mobiliteit- en transportsector is op Europees niveau verantwoordelijk voor zo’n 25% van alle broeikasgasemissies. Ondanks de financiële crisis zijn de emissies in de transportsector sinds 1990 substantieel toegenomen. Van de sectoren die niet onder het EU ETS vallen, worden in de transportsector zelfs de meeste broeikasgassen geëmitteerd. In het Energierapport, waarin de Nederlandse regering een voorzet geeft voor de Energie Dialoog, wordt dan ook geconstateerd dat onder andere moet worden ingezet op besparing en op andere voertuigen en andere energiedragers.[1]
 
Duurzame biobrandstoffen kunnen tot 90% CO2 uitstoot reduceren en zijn toepasbaar in het wegtransport, de luchtvaart en de scheepvaart. Duurzame biobrandstoffen zijn bovendien op grote schaal toepasbaar en vergen geen aanpassingen van het bestaande wagenpark en de tankinfrastructuur. Dit wordt onderkend in de Duurzame brandstofvisie met LEF (‘de Brandstofvisie’).[2] Bovendien zijn duurzame biobrandstoffen een kosteneffectieve optie om (aanvullende) CO2 reductie te behalen. Dit wordt onder meer bevestigd in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de kostenefficiëntie van CO2-reductiemaatregelen.[3] Derhalve wordt reeds ingezet op het verduurzamen van de Nederlandse transportsector met het gebruik van duurzame biobrandstoffen. De inzet van duurzame biobrandstoffen en andere hernieuwbare transportbrandstoffen zal op de korte termijn verder toenemen, maar op de lange termijn bestaat er geen duidelijkheid voor de sector over de stimulering van duurzame biobrandstoffen. Het gevolg hiervan is dat vandaag de dag sprake is van een slecht investeringsklimaat voor de opschaling en verdere verbetering van duurzame biobrandstoffen.
 

Duurzaamheidscriteria borgen dat biobrandstoffen op duurzame wijze worden geproduceerd

De productie van duurzame biobrandstoffen moet voldoen aan strenge duurzaamheidscriteria die zijn vastgelegd in Europese wetgeving. Biobrandstoffen die in Europa op de markt worden gebracht moeten aantoonbaar (door middel van certificering) voldoen aan deze criteria. Op basis van de criteria is het bijvoorbeeld niet toegestaan om biobrandstoffen te produceren uit gewassen die zijn geteeld op land met een grote biodiversiteit of met hoge koolstofvoorraden, zoals permanent beboste gebieden. Een ander belangrijk criterium is dat biobrandstoffen minimaal 35% minder broeikasgassen moeten uitstoten dan fossiele brandstoffen. Dit percentage wordt verhoogd naar 60% voor nieuwe installaties en vanaf 2018 naar 50% voor bestaande installaties. Zoals aangegeven kunnen duurzame biobrandstoffen al veel hogere percentages behalen. Echter, het huidige beleid in Nederland beloont de inzet van de beter presterende duurzame biobrandstoffen niet. Dit is momenteel in Duitsland bijvoorbeeld wel het geval.
 
Een belangrijk gevolg van de duurzaamheidscriteria is bovendien dat de teelt van gewassen binnen en buiten Europa wordt verduurzaamd en dat de economische kansen voor de agrarische sector worden vergroot. Dit biedt ook economische kansen voor Nederland, waar binnen de agrarische sector en wetenschap veel kennis is opgebouwd over duurzame landbouw die kan worden geëxporteerd naar andere landen.
 
Biobrandstoffen worden geproduceerd uit biomassa die ook voor andere doeleinden kan worden ingezet, zoals voor voedsel, veevoer, energie, chemie en materialen. Het is van belang te constateren dat in potentie voldoende duurzame biomassa beschikbaar is om aan de vraag in al deze deelmarkten te voldoen. Het visie document ‘Biomassa 2030’, de strategische visie van het kabinet op de inzet van duurzame biomassa, constateert dat daarvoor wel succesvol moet worden ingezet op de vergroting van het aanbod van duurzame biomassa.[4] Er liggen dan ook belangrijke uitdagingen voor ons om de duurzaamheid van de productie te verbreden en de beschikbaarheid van duurzame biomassa te vergroten. Daarbij dient onder meer aandacht uit te gaan naar het mitigeren van de (in)directe negatieve gevolgen van de productie van biomassa. Dit vergt dat de industrie, de overheid en de wetenschap zich gezamenlijk inzetten voor onderzoek en innovatie op het gebied van duurzame biomassa.
 

De productie van duurzame biobrandstoffen draagt bij aan de ontwikkeling van een duurzame biobased economy in Nederland

Nederland heeft de ambitie om koploper te zijn in de ontwikkeling van een biobased economy. De productie van duurzame biobrandstoffen in Nederland vervult hierin een belangrijke rol. Naast de vervanging van fossiele brandstoffen door duurzame biobrandstoffen, resulteert de aanwezigheid van productiefaciliteiten voor biobrandstoffen immers in synergiën met andere industrieën. Bedrijven die zich richten op andere eindproducten, zoals biobased chemicaliën of materialen, kunnen zo profiteren van de goed georganiseerde duurzame grondstoffenketens, de kennis en ervaring die is opgebouwd op het gebied van industriële processen voor de verwerking van duurzame biomassa en het gekwalificeerd personeel dat werkzaam is in de biobrandstofsector. De clustervorming in het Rotterdams havengebied is hiervan een goed voorbeeld. Een nauwe samenwerking tussen bedrijven zal bovendien bijdragen aan een sluitende business case, waarin naast duurzame biobrandstoffen ook andere biobased materialen en chemicaliën worden geproduceerd. Bij voldoende vraag naar verschillende eindproducten zal de markt zijn werk moeten doen en zal biomassa worden geraffineerd tot verschillende componenten die gecascadeerd worden ingezet.
 

Economische groei en werkgelegenheid in Nederland

In Nederland is een groot gedeelte van de Europese productiecapaciteit voor duurzame biobrandstoffen vertegenwoordigd. De toegevoegde waarde van de productie in Nederland bedroeg in 2011 ongeveer € 100 miljoen.[5] De biobrandstofsector levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat de vestiging en doorgroei van producenten van duurzame biobrandstoffen in Nederland andere bedrijven aantrekt die verantwoordelijk zijn voor de infrastructuur of een andere rol vervullen in de keten van duurzame biobrandstoffen. Dat de inzet van biomassa goede economische kansen voor Nederland biedt, wordt ook onderstreept door in het visie document Biomassa 2030.[6]
 

2.De inzet op duurzame biobrandstoffen in een transitie naar een CO2 klimaatneutrale energievoorziening in 2050

 
In het kader van een klimaatneutrale energievoorziening in 2050 zal de transportsector een broeikasgasreductie van 60% t.o.v. 1990 moeten bereiken. Dit is voor Nederland omarmd in het Energie Rapport en de Brandstofvisie. In de Brandstofvisie wordt benadrukt dat een inzet op alle beschikbare opties noodzakelijk is om deze ambitieuze doelstelling te behalen. Er is geen silver bullet. Om in de transportsector tot de noodzakelijk reductie van broeikasgasemissies in 2050 te komen zal de Nederlandse regering in haar beleidsagenda voor een klimaatneutrale energievoorziening moeten inzetten op het gebruik van duurzame biobrandstoffen. Daarbij dient bijzondere aandacht uit te gaan naar:
 

Europees beleid voor emissiereductie in de transportsector

Om het gebruik van duurzame biobrandstoffen verder te laten toenemen is het cruciaal dat er voor de industrie zekerheid bestaat over de inzet van duurzame biobrandstoffen in Europa. Zonder deze zekerheid op de lange termijn, de borging van een level playing field en een Europese integrale markt, zullen investeringen in nieuwe of uitbreiding van bestaande productiecapaciteit uitblijven. In het kader van de energietransitie in Nederland, dient de Nederlandse regering – in lijn met de Brandstofvisie – alles in het werk te stellen voor een spoedige totstandkoming van een stabiel Europees beleidskader voor emissiereductie in de transportsector, waarin op het gebruik van alle beschikbare opties in alle vervoersmodaliteiten wordt ingezet (waaronder op duurzame biobrandstoffen). Binnen een dergelijk beleidskader moet de markt de ruimte hebben om te kiezen voor de meest kostenefficiënte maatregelen, zodat het behalen van de hoogst mogelijke CO2 reductie tegen de laagst mogelijke prijs wordt gestimuleerd.
 

Adaptief duurzaamheidsbeleid

Het vasthouden aan duurzaamheidscriteria en een goede borging daarvan is essentieel om op een verantwoorde wijze substantiële emissiereductie in de transportsector te behalen. De NVDB is van mening dat de duurzaamheidscriteria moeten worden aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Een brede wetenschappelijke consensus en transparante besluitvorming zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden. Mochten aanpassingen in de duurzaamheidscriteria afbreuk doen aan gedane investeringen, dan zullen compensatiemaatregelen moeten worden getroffen zodat het investeringsklimaat niet verder verslechtert. Het plaatsen van nationale koppen op het Europese duurzaamheidsbeleid moet worden voorkomen, zodat de bedrijven in de biobrandstofketen in Europa onder gelijke voorwaarden kunnen concurreren.
 
Wat betreft de inzet van bepaalde (categorieën) materialen voor de productie van biobrandstoffen is de NVDB van mening dat het generaliseren van grondstoffenstromen geen recht doet aan de duurzaamheid en beoogde klimaatwinst die kan worden behaald. Afhankelijk van de specifieke materialen en plaats van herkomst, kunnen de risico’s die zijn verbonden aan het gebruik van bepaalde grondstoffen variëren. Daar waar sprake is van risico’s, zullen maatregelen moeten worden genomen om deze risico’s te beheersen. De toenmalige Commissie Corbey heeft in dit verband de suggestie gedaan voor de ontwikkeling van Duurzame Biomassa Regio’s, waarmee op lokaal niveau afspraken kunnen worden gemaakt over de duurzame productie van biomassa.[7] De NVDB is dan ook van mening dat het afzien van of beperken van de inzet van groepen van bepaalde grondstoffen, zoals de eetbare gedeelten van gewassen, niet de juiste weg is om de duurzaamheid van biomassa te adresseren. De duurzaamheidscriteria en andere certificeringen, zoals voor ‘low-ILUC-risk biofuels’, moeten juist worden aangegrepen om de risico’s te mitigeren. Daarnaast zullen de duurzaamheidscriteria stapsgewijs moeten worden ingevoerd voor andere sectoren die biomassa toepassen. De eisen aan de wijze waarop biomassa wordt geproduceerd en gemobiliseerd zou immers niet moeten afhangen van de uiteindelijke toepassing.
 

Stel het doel centraal: stuur op CO2 in de Nederlandse transportsector

In het Energie Rapport en het visie document Biomassa 2030 wordt één doel centraal gesteld: CO2 reductie.[8], [9] Een dergelijk uitgangspunt wordt onderschreven door de NVDB onder de voorwaarde dat in de verschillende deelsectoren voldoende prikkels moeten bestaan voor het treffen van maatregelen die resulteren in CO2 reductie, zoals in de transportsector. Zoals aangegeven is er momenteel sprake van specifiek beleid voor de transportsector. Echter, in Nederland gaat dit beleid niet uit van ‘sturing op CO2’, maar wordt gestuurd op basis van de energie-inhoud van de (bio)brandstoffen die op de markt worden gebracht. Dat betekent dat in Nederland geen prikkel bestaat voor het bijmengen van duurzame biobrandstoffen die relatief meer uitstoot van CO2 beperken. Het ontbreken van een dergelijke prikkel remt de innovatie en ontwikkeling van duurzame biobrandstoffen die een hogere CO2 reductie bereiken. De NVDB roept de Nederlandse regering dan ook op om voor de transportsector een CO2 doelstelling centraal te stellen en te sturen op de broeikasgasintensiteit van transportbrandstoffen.
 

Zet op nationaal niveau in op de ontwikkeling van biobased clusters

De productie van duurzame biobrandstoffen is een belangrijke aanjager voor de ontwikkeling van de biobased economy. Om in Europa koploper te worden op dit gebied zal de Nederlandse regering zich gezamenlijk met het bedrijfsleven moeten inzetten voor de ontwikkeling van biobased clusters waarbinnen productiefaciliteiten voor duurzame biobrandstoffen een centrale rol vervullen. Op deze wijze kunnen synergiën worden behaald en zal de productie van biobrandstoffen, materialen en chemicaliën in Nederland verduurzamen met de gewenste reductie van CO2 emissies tot gevolg. Om hier een bijdrage aan te leveren zal in het Nederlands innovatiebeleid nadrukkelijker de aandacht moeten worden gevestigd op ontwikkeling en innovatie binnen de biobrandstofsector. Dit kan bijvoorbeeld door de ontwikkeling van nieuwe biobrandstoffen en clustersamenwerking te prioriteren binnen de onderzoeksagenda van het Topconsortium voor Kennis- en Innovatie Biobased Economy (TKI-BBE). Ook het wegnemen van obstakels voor de productie van duurzame biobrandstoffen uit afval en residuen verdient in dit verband de aandacht.
 
Kortom, de NVDB roept de Nederlandse regering op om zich maximaal in te zetten voor:
  • Europees beleid voor emissiereductie in de transportsector;
  • Europees adaptief duurzaamheidsbeleid;
  • sturing op CO2 in de transportsector in Nederland;
  • de ontwikkeling van biobased clusters in Nederland.


[1] Energierapport – Transitie naar Duurzaam, januari 2016
[2] Een Duurzame Brandstofvisie met LEF, juni 2014
[3] Rapport IBO kostenefficiëntie CO2-reductiemaatregelen, april 2016
[4] Biomassa 2030 – Strategische visie voor de inzet van biomassa op weg naar 2030, december 2015
[5] Monitoring Biobased Economy  in Nederland 2014, april 2015
[6] Biomassa 2030 – Strategische visie voor de inzet van biomassa op weg naar 2030, december 2015
[7] Naar een duurzame bio-economie – Visie van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa, Oktober 2015
[8] Energierapport – Transitie naar Duurzaam, januari 2016
[9] Biomassa 2030 – Strategische visie voor de inzet van biomassa op weg naar 2030, december 2015