20130321 - ILUC

De voorstellen van de Europese Commissie met betrekking tot ILUC
Position paper van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen

Inleiding en achtergrond
De Europese Commissie heeft verregaande voorstellen gedaan om de transitie te starten naar biobrandstoffen met een substantiële CO2-reductie, wanneer ook geschatte emissies door indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) in beschouwing zijn genomen. De Commissie wil reeds gedane investeringen beschermen. De belangrijkste voorstellen zijn een maximum (‘cap’) van 5% voor biobrandstof uit voedselgewassen en de invoering van rapportages over emissies door ILUC door brandstofleveranciers en Lidstaten. In dit position paper presenteert de NVDB een standpunt over deze voorstellen.

Uitgangspunten bij de beoordeling van de voorstellen

De NVDB gaat bij de beoordeling van de voorstellen uit van de volgende visie en uitgangspunten:

  • Het biobrandstoffenbeleid moet consistent zijn en bestaande investeringen moeten worden beschermd;
  • Biobrandstoffen die voldoen aan de duurzaamheidscriteria in de Richtlijn hernieuwbare energie (RED)1 en de Brandstofkwaliteitsrichtlijn (FQD)2 zijn duurzaam. Dit neemt niet weg dat de biobrandstoffensector zijn prestaties verder wil verbeteren en wil investeren in nieuwe generaties biobrandstof;
  • De biobrandstoffensector past reeds wettelijke duurzaamheidscriteria toe en ligt daarom voor op andere sectoren. Volgens de criteria is het gebruik van ‘gevoelige gronden’, zoals oerbossen, verboden. Als andere sectoren dezelfde criteria voor landgebruik zouden toepassen, zouden de gevolgen van ILUC zeer beperkt zijn;
  • Er bestaat een risico op extra broeikasgasemissies door ILUC;
  • Het is wenselijk om betere biobrandstoffen, met een relatief hoge CO2-reductie, extra te stimuleren. Oliemaatschappijen moeten volgens de FQD de CO2-uitstoot van brandstoffen in 2020 met 6% verlagen. Betere biobrandstoffen kennen een hogere CO2-reductie en leveren daarom een grotere bijdrage aan het bereiken van het CO2-doel. Het CO2-doel in de FQD zorgt daarom voor de stimulering van betere biobrandstoffen;
  • Slechts ongeveer 2% van alle grond wordt gebruikt voor biobrandstoffen. De stijging van voedselprijzen wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door andere factoren, zoals weersomstandigheden en vraag en aanbod.3
Standpunt over de voorstellen
  • Omdat de FQD zorgt voor de stimulering van betere biobrandstoffen met een hoge CO2-reductie, neemt de NVDB de FQD als uitgangspunt. Op nationaal Nederlands niveau heeft de NVDB voorgesteld om de FQD ‘leidend’ te maken door vanaf 2013 scherpe CO2-doelen te stellen. Deze doelen zullen leiden tot de inzet van meer betere biobrandstoffen.
  • De NVDB is niet tegen een ‘cap’, maar vindt op basis van de volgende argumenten dat deze verhoogd moet worden naar 8%:
    - Door de voorstellen en met name door de cap zal het CO2-doel van de FQD niet gehaald worden;
    - Op basis van de Nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen van de Lidstaten en het Impact Assessment bij het voorstel van de Commissie4 kan berekend worden dat de bestaande productiecapaciteit voldoende is voor een bijmenging van grofweg 8%;
    - De cap is ook in strijd met het principe dat bestaande investeringen beschermd moeten worden doordat bepaalde Lidstaten al een bijmengverplichting van meer dan 5% kennen. Geen van de Lidstaten kent een verplichting van meer dan 8%;
    - Biobrandstofproducenten doen forse investeringen in geavanceerde biobrandstoffen, maar het is in 2020 nog niet mogelijk om 5% geavanceerde biobrandstof te produceren;
    - De scherpe cap beperkt de financiële mogelijkheden van biobrandstofproducenten om in geavanceerde biobrandstoffen te investeren;
    - Als van specifieke biobrandstoffen bewezen is dat ze niet tot ILUC leiden, moeten ze niet onder de cap vallen. Dit geldt bijvoorbeeld in regio’s met veel braakliggende grond, zoals Europa, of door de synergie tussen biobrandstof- en voedselproductie.
  • De Europese Commissie stelt voor om ILUC-factoren op te nemen in de rapportages op basis van de RED en de FQD. De NVDB is net als de Nederlandse regering van mening dat het wetenschappelijk onderzoek naar ILUConvolwassen is en dat meer onderzoek nodig is. Omdat er (nog) geen wetenschappelijke consensus is over ILUC, ontbreekt de rechtvaardiging voor ILUC factoren in de rapportages en al helemaal voor ILUC-factoren in de broeikasgasbalans.e
  • De  Nederlandse regering stelt voor om ook in de FQD de bijdrage van conventionele biobrandstoffen te beperken. De NVDB is tegen dit voorstel, want het staat haaks op de filosofie van deze richtlijn, die stuurt op een doel (CO2-reductie) en de keuze voor het middel overlaat aan de markt. De beperking is bovendien onnodig, want de FQD verplicht oliemaatschappijen pas eind 2020 om hun CO2-uitstoot te verlagen. Ook is een ‘cap’ in strijd met het principe dat bestaande investeringen bescherming verdienen en maakt deze het voor Nederland moeilijker om het Europese doel voor duurzame energie te halen.
  • Nederland kent een bijmengverplichting waaraan voldaan kan worden door de bijmenging van biobrandstof in benzine óf diesel. Nederland en verschillende andere Lidstaten kennen echter ook een ‘subdoel’, wat in Nederland inhoudt dat in benzine tenminste 3.5% biobrandstof moet worden bijgemengd én dat in diesel tenminste 3.5% biobrandstof moet worden bijgemengd.5 De NVDB is voorstander van deze subdoelen. Zonder dergelijke subdoelen kan de vraag naar biodiesel en alcohol6 sterk fluctueren. Veel biobrandstofproducenten verkeren in zwaar weer en zijn daarom extra kwetsbaar voor sterke fluctuaties van de vraag naar hun product.
    Ook bieden subdoelen zekerheid dat er altijd duurzame biobrandstof wordt bijgemengd in zowel benzine als diesel. Dit biedt biodiesel- en alcoholproducenten de stabiliteit die nodig is om zich verder te ontwikkelen.