20130128 - Voedselprijzen

Inleiding
De NVDB zal in dit position paper ter voorbereiding van de hoorzitting van de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken op 30 januari vooral ingaan op een specifiek vraagstuk: het vermeende verband tussen de productie van biobrandstof en voedselprijzen. De productie van biobrandstoffen is door bijvoorbeeld Unilever en Nestlé, die met de biobrandstoffensector concurreren om grondstoffen, aangemerkt als hoofdoorzaak van de stijging van de voedselprijzen in 2012. Aan de hand van feiten en een analyse van de Wereldbank uit 2010 zal in dit paper worden betoogd dat de invloed van de biobrandstofproductie op de voedselprijzen zeer beperkt is en dat er andere hoofdoorzaken zijn, zoals speculatie met landbouwproducten en de hoge olieprijs. 

Hoge voedselprijzen in 2008 en 2011
Er was in 2008 sprake van een sterke stijging van de voedselprijzen. In de media werd door verschillende partijen gewezen naar de productie van biobrandstoffen uit voedselgewassen als een belangrijke oorzaak van de snelle stijging van de voedselprijzen. Eén van deze partijen was de Wereldbank, die een belangrijke bijdrage leverde aan de beeldvorming. De Wereldbank is in een nieuwe analyse in 2010  op deze conclusie teruggekomen en stelde, na een uitgebreide bespreking van verschillende studies naar de invloed van biobrandstof op voedselprijzen, dat “het effect van biobrandstoffen op voedselprijzen niet zo groot is als aanvankelijk werd gedacht”.  De kern van de analyse van de Wereldbank luidt als volgt:  “..wereldwijd gebruiken biobrandstoffen slechts ongeveer 1.5 procent van het totale gebied dat voor granen/oliezaden wordt gebruikt (Tabel 3). Dit roept serieuze twijfel op over claims dat biobrandstoffen verantwoordelijk zijn voor een grote verschuiving in de wereldwijde vraag. Hoewel wijdverbreide percepties over een dergelijke verschuiving een grote rol speelden in de recente prijsexplosie van commodities, is het treffend dat maïsprijzen nauwelijks veranderden tijdens de eerste periode van de stijging van de Amerikaanse ethanolproductie en dat de prijzen van oliezaden daalden toen de EU de consumptie van biodiesel indrukwekkend verhoogde. Anderzijds piekten de prijzen toen de Amerikaanse ethanolconsumptie vertraagde en de consumptie van biodiesel in de EU stabiliseerde”. De Wereldbank komt dan ook tot de conclusie dat biobrandstoffen een veel kleinere rol speelt bij de stijging van de voedselprijzen dan aanvankelijk werd gedacht.   

Werkelijke oorzaken en oplossingen voor hoge voedselprijzen
De Wereldbank komt ten eerste tot de conclusie dat er een sterk verband is tussen de hoogte van de prijzen van energie (met name olie) en landbouwproducten. Bij de productie van landbouwgewassen wordt brandstof gebruikt en doordat de olieprijs sterk gestegen is, neemt deze een groter deel van de kostprijs van landbouw commodities voor zijn rekening.
De Wereldbank concludeert ten tweede dat ook speculatie een “key role” speelde.

De NVDB onderschrijft deze analyse. Hoge voedselprijzen worden veroorzaakt door incidentele factoren, zoals weersomstandigheden, gecombineerd met structurele factoren zoals de stijgende vraag naar voedsel, speculatie en de hoge energieprijs. De invloed van biobrandstofproductie is zeer beperkt. 
Wat betreft de discussie over voedseltekorten wijst de NVDB op  het rapport van het Internal Food Policy Research Institute (IFPRI, 2011) in opdracht van de Europese Commissie. Volgens dit rapport leidt het Europese biobrandstofbeleid tot een toename van de hoeveelheid voedsel die beschikbaar is voor de voedselmarkt en niet tot een afname, zoals soms in de media wordt gesteld.

De discussie over voedselprijzen en voedseltekorten is overigens niet zo eenvoudig als soms wordt gesteld. Het is de vraag of er sprake is van een wereldwijd tekort aan voedsel, of dat er sprake is van een logistiek probleem dat samenhangt met de ongelijke verdeling van de welvaart. Een argument voor die laatste zienswijze is dat veel voedsel wordt weggegooid. Uit een recent rapport van het Britse Institution of Mechanical Engineers (IME) blijkt dat ongeveer de helft van al het voedsel dat wereldwijd wordt geproduceerd wordt weggegooid. Een groot deel van de voedselgewassen wordt niet eens geoogst.

Het is bovendien de vraag of enige stijging van de voedselprijzen ongewenst is. De prijs van voedsel is tot ongeveer het jaar 2000 gedurende enkele decennia gedaald. Dit werd gezien als een groot probleem voor het inkomen van arme boeren in ontwikkelingslanden. Reële voedselprijzen kunnen de welvaart van deze boeren vergroten.

Hoe dan ook, aangezien wereldwijd hoogstens 1 tot 2% van alle landbouwgrond wordt gebruikt voor de productie van biobrandstoffen kan gesteld worden dat dit geen hoofdoorzaak van de stijging van de voedselprijzen is. Minder stimulering van biobrandstoffen is daarom een schijnoplossing, die de aandacht afleidt van effectieve oplossingen, zoals investeringen om de oogsten te vergroten, het tegengaan van de verspilling van voedsel en het aan banden leggen van speculatie met voedselproducten. 

Situatie in Nederland
De NVDB wijst er tot slot op dat de situatie in Nederland verschilt van die in andere landen. In ons land wordt een substantieel deel van de bijgemengde biobrandstoffen geproduceerd uit afval en restproducten, die niet als voedsel dienen.  Uit de jaarrapportage over 2011 van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) blijkt dat de jaarverplichting van 4,25% voor 2,6% werd ingevuld met conventionele biobrandstoffen en voor 1.7% met geavanceerde biobrandstoffen uit afval en restproducten.