20120920 - U-bocht biobrandstofbeleid schaadt economie, milieu én innovatie biobrandstofsector

PERSBERICHT

U-bocht biobrandstofbeleid schaadt economie, milieu én innovatie biobrandstofsector
De NVDB vindt dat de gelekte voorstellen van de Europese Commissie om CO2-uitstoot door indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) te voorkomen hun doel voorbijschieten. De radicale koersverandering heeft grote gevolgen voor reeds gedane investeringen en kost werkgelegenheid. De argumenten en de wetenschappelijke onderbouwing zijn onvoldoende en de doelstellingen voor een schoner transport zullen niet gehaald worden.

De NVDB (Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen) wijst erop dat de biobrandstoffensector al voldoet aan vergaande wettelijke duurzaamheidscriteria en daarmee verder is dan andere sectoren, zoals de voedselsector. Volgens deze criteria moet de CO2-reductie van biobrandstof minimaal 35% zijn, oplopend tot maar liefst 50% in 2017 en 60% in 2018 (voor nieuwe installaties). Ook mag biobrandstof niet geproduceerd zijn uit grondstoffen van onder meer beboste gronden en graslanden met grote biodiversiteit. Als andere sectoren dezelfde criteria voor landgebruik zouden toepassen, zou er geen sprake zijn van ILUC.
De DG’s Energie en Klimaat van de Commissie doen desondanks verregaande ILUC-voorstellen. De belangrijkste zijn een maximum van 5% voor biobrandstof uit voedselgewassen, het vier (!) keer tellen van geavanceerde biobrandstoffen en ILUC-factoren. De NVDB is om vier redenen kritisch over deze U-bocht in het biobrandstofbeleid:

  • Doordat de inzet van bepaalde biobrandstoffen sterk wordt beperkt , hebben de voorstellen grote gevolgen voor miljardeninvesteringen die in goed vertrouwen op een consistent overheidsbeleid reeds zijn gedaan. Ze kosten - tijdens een diepe financiële en economische crisis -werkgelegenheid en bemoeilijken investeringen in innovatie;
  • De Europese voorstellen zijn niet gebaseerd op argumenten. Ze zijn bedoeld om ILUC te voorkomen. De introductie van een 5% limiet voor biobrandstof uit voedselgewassen is hiervoor echter geen oplossing;
  • De wetenschappelijke onderbouwing is zwak. De Commissie baseert de ILUC-voorstellen op één arbitrair en inconsistent IFPRI rapport en negeert de kritiek van andere wetenschappers;
  • Europa verliest de doelen voor 2020 (10% hernieuwbare energie in transport en 6% minder CO2-uitstoot van brandstoffen) uit het oog.

Door het vier keer tellen van geavanceerde biobrandstoffen nemen de werkelijke volumes biobrandstof sterk af en zullen de doelen alleen op papier gehaald worden. Dit vergroot de afhankelijkheid van fossiele brandstof en zorgt voor meer CO2-uitstoot. 
De Nederlandse biobrandstoffensector wil verder innoveren en investeren in nieuwe generaties biobrandstoffen en heeft derhalve hetzelfde doel als de Europese Commissie en de Nederlandse regering. De Europese voorstellen gaan echter te ver en belemmeren de sector juist bij het plegen van de grote investeringen die van hen worden gevraagd.
De NVDB stelt daarom een andere aanpak voor. Het Europese en nationale biobrandstofbeleid moet sterker gericht worden op de stimulering van betere biobrandstoffen met een hoge CO2-reductie. Dit gebeurt reeds in de Europese Brandstofkwaliteitrichtlijn, die oliemaatschappijen verplicht om de CO2-uitstoot van brandstoffen te verlagen. Deze filosofie kan vaker toegepast worden, zodat biobrandstoffen die de huidige criteria voor CO2-reductie overtreffen een extra impuls krijgen.

**NOOT voor de REDACTIE (niet voor publicatie)**
Voor meer informatie: Rogier van Keulen, secretaris NVDB, 070 7503103